Gildekader zorgt voor heldere afspraken

Gildeboeren werken in balans met dieren, natuur en omgeving. Daarbij hebben zij een aantal speerpunten en doelstellingen geformuleerd.

Natuur en kruidenrijk grasland

Boerengilde weiland met kruiden

De veehouders willen ervoor zorgen dat de vogelstand weer gaat groeien, waar deze in de sector in de afgelopen jaren sterk is gedaald. Om de doelen te bereiken werken de veehouders aan een ‘Boerenmozaïek’, een gevarieerd landschap met ruimte voor weidevogels, weidegang en voerproductie. Het vakmanschap van de boer is heel belangrijk, denk hierbij aan bescherming van nesten, gebruik van ruige mest, hogere waterpeilen, verse mest door het weiden (als voedsel voor vogels), etc. Naast het vakmanschap is het volgende afgesproken:

  1. bij toetreding tot het gilde heeft een veehouder minimaal 10% van de grond in een vorm van agrarisch natuurbeheer, groeiend naar 20% in 5 jaar. Agrarisch natuurbeheer bestaat uit een combinatie van land waarop later gemaaid wordt (het broedseizoen bepaalt de maaidatum), kruidenrijk grasland (laat maaien, gebruik van ruige mest), nat grasland met hogere waterpeilen, plas dras land en bloemrijke perceelsranden en slootkanten (minimaal 5 meter) zodat jonge kuikens voldoende voedsel en bescherming kunnen vinden.
  2. veehouders maken in het najaar (aangepaste) natuurplannen samen met een deskundige van het bureau Boerenverstand. Rond mei/juni wordt de aanpak in het veld beoordeeld.

Voor veengebieden is de grutto de gidssoort. Als het met deze vogel goed gaat, zijn de omstandigheden voor andere weidevogels ook goed. Voor andere gebieden kan het een andere gidssoort zijn en wordt een aangepaste natuurinvulling gekozen.

Koeien langer in de wei

Boerengilde koeien staan langer in de wei

Door de natuur hebben de veehouders jaarrond hooi beschikbaar voor de koeien naast kuilvoer en ander voer. Dit is gezond voor de koeien en bevordert de natuurlijke weerstand. Door veel weidegang hebben koeien veel mogelijkheden voor natuurlijk gedrag. Het Boerenmotto is hierbij dat koeien naar buiten gaan als er gras is. Concrete afspraken zijn:

  1. weidegang van minimaal een half jaar voor melkkoeien, waarbij ze al vroeg in het voorjaar naar buiten gaan (voor 1 mei).
  2. minimaal 3 maanden weidegang voor jongvee. Dit is belangrijk omdat zij moeten leren grazen.
  3. goede verzorging van koeien met begeleiding van de dierenarts en het gebruiken van het Koe Kompas.

Verantwoord beheer van grondstoffen

Als zelfstandige en onafhankelijke boeren is er een wens om zo autonoom mogelijk te zijn. En dus zo onafhankelijk mogelijk te zijn van grondstoffen van buiten het bedrijf zoals veevoer, kunstmest, bestrijdingsmiddelen, antibiotica, ..  Een paar afspraken zijn:

  1. het voer wordt zoveel mogelijk op het eigen bedrijf geproduceerd, de mest wordt zoveel mogelijk op het eigen bedrijf gebruikt. Als dit niet mogelijk is, gaan de boeren dit oplossen in de eigen omgeving (binnen een straal van 50 km)
  2. op een beperkt deel van de grond mag jaarlijks bestrijdingsmiddelen gebruikt worden
  3. gebruik van groene stroom en werken aan energie reductie
  4. boeren hebben met de Kringloopwijzer goed inzichtelijk waar ze staan en waar verbeteringen mogelijk zijn

Continue ontwikkelen, leren en borgen

De afspraken met boeren zijn vastgelegd in een Gildebrief waarmee ze voldoen aan de basisvoorwaarden voor de bedrijfsvoering. De afspraken worden gecontroleerd door onafhankelijke controleurs Qlip en Boerenverstand.

Binnen het Boerengilde worden boeren individueel begeleid door een natuurexpert en een dierenarts. Ook vormen de boeren samen een Gildegroep. Ze komen vijf keer per jaar bijeen, meestal op een van de bedrijven. De Meester-gezel relatie, van elkaar leren, staat in deze Gildegroep centraal. Bij het ene thema is de een de meester, de ander een gezel. Bij een ander onderwerp kan het weer andersom zijn. Het gaat daarmee vooral om informeel en praktijkgericht leren. De vragen van individuele veehouders zijn bepalend voor het totale leerprogramma van een Gildegroep: bedrijfsbezoeken en bespreken van bedrijfsresultaten, gezamenlijke leerbijeenkomsten, begeleiding van elkaar door coaching of stages, etc.